Het infovenster Project

Het infovenster Project bevat tools voor de kenmerken van het hele project, zoals overzichtsinformatie en details over de structuur en chronologische flow van het project.

Het infovenster Project.

Titel

Gebruik het veld Titel bovenaan het infovenster om de naam van het project in te stellen. Standaard is de projecttitel hetzelfde als de documentnaam, maar ze hoeven niet hetzelfde te zijn. Als de projecttitel wordt gewijzigd, wordt de documentnaam niet gewijzigd, en omgekeerd.

Het veld Titel van het infovenster Project.

De projecttitel wordt gebruikt bij het genereren van rapporten in OmniPlan Pro.

Tijdlijn

Gebruik het infovenster Tijdlijn om de richting en datums voor het inplannen van projecttaken in te stellen.

Het gedeelte Tijdlijn van het infovenster Project.
  1. Tijdlijn: Kies voor de planning van het project de optie Vooruit vanaf vast begin om taken zo vroeg mogelijk te plannen, of Achteruit vanaf vast einde om taken zo laat mogelijk te plannen.
  2. Datums: Kies of projectdatums specifiek of later te bepalen zijn. Zo lang voor een project geen specifieke datums worden gebruikt, worden de datums in de datumkoppen weergegeven als T dag (de huidige dag), T+1d, T+2d enzovoort.
  3. Granulariteit: Kies of taken exact op de minuut worden gepland of worden afgerond op het dichtstbijzijnde uur of de dichtstbijzijnde dag.
  4. Startdatum, Einddatum: Voer voor projecten met specifieke datums de startdatum (voor projecten met een vaste startdatum) of de einddatum (voor projecten met een vaste einddatum) van het project in.

Overzicht

In het infovenster Overzicht ziet u een totaaloverzicht van informatie over de taken in het project. De waarden in dit infovenster kunnen niet rechtstreeks worden gewijzigd.

Het gedeelte Overzicht van het infovenster Project.
  1. Duur: De totale geplande duur van het project.
  2. Voltooiing: Het totale voltooiingspercentage voor het project, berekend als de som van de totale voltooide inspanning vergeleken met de totale vereiste inspanning voor voltooiing van het project.
  3. Afwijking: Als er een basislijn is ingesteld, wordt hier weergegeven hoeveel de werkelijke einddatum van het project afwijkt van de einddatum in de huidige geselecteerde basislijn.
  4. Kosten: De totale kosten voor het project. Deze kosten bestaan onder andere uit de uurkosten voor bronnen, taakkosten, apparatuur en goederen die nodig zijn voor het project. Als er in de loop van het project extra kosten worden gemaakt, wordt deze waarde automatisch bijgewerkt. Zo ziet u altijd de huidige totale kosten voor het project.

Afhankelijk van de gekozen weergaveopties voor duur en inzet in het infovenster Opmaak, ziet u mogelijk het symbool voor groter dan (>) of kleiner dan (<) naast de velden Duur, Inspanning en Afwijking. Deze symbolen geven aan of een cijfer naar boven of beneden is afgerond. Als u een meer nauwkeurig overzicht van de duur en inspanning van een project nodig heeft, kunt u in het infovenster Opmaak kiezen voor de optie minuten.

De informatie in het infovenster Overzicht is gebaseerd op de momenteel geselecteerde basislijn, of het werkelijke schema als er geen basislijn is geselecteerd.

Opmaak

Gebruik het infovenster Opmaak om te definiëren hoe uw project eenheden van tijd en valuta weergeeft.

Het gedeelte Opmaak van het infovenster Project.
  1. Valuta: Kies een standaardnotatie voor valuta in de vervolgkeuzelijst of voer het gewenste valutasymbool in en in het veld wordt automatisch de juiste notatie gebruikt.

  2. Datums: Kies of er seconden, de tijd van de dag, of beide moeten worden opgenomen in uw weergegeven datums. Dit heeft geen invloed op het schema of de duur van de taak, maar alleen op de manier waarop datums worden weergegeven in heel uw project.

  3. Inspanning, Duur: Kies de tijdseenheden voor weergave van de duur en de hoeveelheid inspanning.

    Let op: Als u in duurvelden een getal invoert zonder eenheid, neemt OmniPlan aan dat u de kleinste eenheid bedoelt die beschikbaar is. Tijdseenheden (Duur en Inspanning) worden in heel OmniPlan aangegeven met de onderstaande afkortingen:

    • s = seconde
    • m = minuut
    • u = uur
    • d = dag
    • w = week
    • md = maand
    • j = jaar

Als een waarde een tijdseenheid bevat die te klein is om weer te geven, ziet u mogelijk een afgeronde waarde. Als u bijvoorbeeld de weergave van minuten hebt uitgeschakeld in het gedeelte Opmaak van het infovenster Project en u een taak hebt die begint om 9:00 en eindigt om 9:55, ziet u < 1u als waarde. Als u de werkelijke waarde wilt weten, kunt u de kleinere eenheden inschakelen in het gedeelte Opmaak of de begin- en eindtijd van de taak bekijken. Als u de waarde wilt bewerken zodat die in overeenstemming is met uw eenheden, kunt u het groter dan- of kleiner dan-teken verwijderen. De waarde wordt dan aangepast.

Inspanningseenheidsconversies

Gebruik het infovenster Insp. eenh. conversies om de standaardheden voor werk-per-tijdspanne van uw project aan te passen.

Het gedeelte Insp. eenh. conversies van het infovenster Project.
  1. Conversiefactoren: Uw werkdag kan elk gewenst aantal uren bevatten. Deze conversiefactoren bepalen hoe uren worden opgeteld tot grotere eenheden.

  2. Wijzig werkweek: Klik om het tabblad Normale uren in de bronweergave te openen en de werkweek in de projectagenda te wijzigen.

Kort samengevat: de conversiefactoren wijzigen niet de werkuren voor het project, alleen de manier waarop de duur wordt ingevoerd en weergegeven. Als u de werkuren voor het project wilt wijzigen, gaat u naar de bronweergave om de normale uren van het project te wijzigen.

Document

Gebruik het infovenster Document om een bestandstype te selecteren voor het projectbestand en te kiezen of u een voorbeeld van het document wilt genereren als u het document opslaat.

Bij nieuwe documenten is dit infovenster standaard ingeklapt. Klik op het driehoekje links naast de naam van het infovenster om de inhoud weer te geven.

Het gedeelte Document van het infovenster Project.
  1. Bestandstype: Kies in het pop-upmenu of u het bestand wilt opslaan als plat bestand (het standaard bestandstype, ideaal wegens de grote comptabiliteit met cloudsynchronisatie en -opslag) of als pakket (een ouder bestandstype dat compatibel is met eerdere versies van OmniPlan).

    Het bestandstype 'pakket' leidt soms tot betere prestaties, maar als u dit type niet echt nodig heeft, raden we het type 'plat bestand' aan.

  2. Neem een voorbeeld op: Selecteer deze optie om snel een voorbeeld te bekijken van uw document als u het project opslaat.

    Op de meeste moderne Macs zal dit proces geen invloed hebben op de werking van de app, maar als u prestatieproblemen ondervindt bij het opslaan, kan het uitschakelen van de snelweergave deze problemen oplossen.